Home Mail Login










Solution Graphics







Alle prijzen zijn inclusief BTW en wij rekenen geen verzendkosten. Dus geen verrassingen als u eenmaal uw winkelwagen gaat afrekenen.


Lichtintensiteit.

Wat planten nodig hebben om goed te kunnen groeien.

Conclusie.

Omdat u waarschijnlijk niet zit te wachten op een lang technisch verhaal zullen we maar beginnen met de conclusie. Om een idee te krijgen welk optimale lichtintensiteit niveau (in PAR) u nodig heeft voor het gewas dat u kweekt hier alvast een indicatie wat u nodig heeft voor:

- schaduwminnende planten: 25-100 µmol

- halfschaduw planten: 100-300 µmol

- zonminnende planten: 300-600 µmol

Mocht u zich nou afvragen wat PAR licht is en waarom we het niet over Lux of Lumen hebben dan nodigen wij u uit hieronder verder te lezen.

Lux en Lumen.

Uiteindelijk draait het bij verlichting om lichtintensiteit, zowel voor mensen als voor planten. De meeste mensen zijn wel bekend met aanduidingen als Lux en Lumen om een idee te krijgen hoeveel licht dat een lamp geeft of in ieder geval om lampen met elkaar te vergelijken. Wanneer een lamp gebruikt wordt voor het kweken van planten zijn de eenheden Lux en Lumen eigenlijk niet zo geschikt en gebruiken we liever de eenheid PAR (photosynthetic active radiation) om aan te geven wat de lichtopbrengst is die voor een plant relevant is. Hieronder een korte uitleg.

Lux en Lumen als eenheden voor lichtintensiteit zijn gebasseerd op de lichtgevoeligheid van het menselijk oog waarbij de gevoeligheid het hoogst is bij groen en geel en veel minder bij rood en blauw. Ultraviolet en Infrarood licht zijn zelfs onzichtbaar voor het menselijk oog. Voor planten ligt dat omgekeerd; het chlorofyl dat voor de fotosynthese zorgt in planten heeft juist de hoogste lichtgevoeligheid in rood en blauw licht. Ofwel, rood en blauw licht wordt door het chlorofyl voor meer dan 90% omgezet in chemische energie (suikers, assimilaten) door middel van fotosynthese. Groen licht wordt door chlorofyl juist niet opgenomen maar teruggekaatst, vandaar de groene kleur.

De lichtintensteit in Lux en Lumen van een groene lamp (zoals die nieuwe bouwlampen die u wellicht zijn opgevallen) is bijvoorbeeld heel hoog maar een plant zal er niet onder groeien. Lux en Lumen als eenheden voor lichtintensiteit kunnen dus misleidend zijn wanneer lampen gebruikt worden voor de kweek van planten. Daarom liever PAR en daarover hieronder meer.

Photosynthetic Active Radiation (PAR).

Bij de eenheid PAR hebben de kleuren groen en geel dus geen streepje voor op rood en blauw en kunnen we lampen dus beter met elkaar vergelijken. PAR licht zijn alle kleuren licht die bijdragen aan de fotosynthese en ligt tussen de 400 en 700 nanometer. Het spectrum van het PAR licht is zo'n beetje dezelfde als die van een regenboog met opeenvolgend de kleuren blauw (~450nm), groen (~500nm), geel (~570nm), oranje (~610nm) en rood (~650nm). De kleur van het licht wordt bepaalt door de golflengte van het licht en die golflengte heeft als eenheid nanometer (nm). Ja lieve mensen, licht kan beschreven worden als een trilling van fotonen (lichtdeeltjes) en die trilling wordt gezien als een golf. De ruimte tussen de opeenvolgende golven in die trilling is de golflengte en die is bijzonder klein; 1 nanometer is 0,000 000 001 meter. De kleuren onder de 400 nanometer zijn UVA, UVB en UVC; onzichtbaar voor het menselijk oog maar erg schadelijk door hun korte golflengte en grote hoeveelheid fotonen (energie pakketjes). UVB en UVC hebben we niet op aarde omdat de ozonlaag die uitfiltert maar UVA (320-400nm) bereikt wel het aardoppervlak en zowel mens als plant moet zich beschermen tegen deze schadelijke golflengte. Aan de andere kant van het spectrum, voorbij het rode licht, vinden we infrarood licht. Infrarood licht is ook onzichtbaar maar wel waar te nemen als warmte straling. De golflengte van infrarood loopt van 950 nm tot 100.000 nm (ofwel 1 mm). Tussen de 700 en 950 nm vinden we de kleuren verrood en nabij-infrarood. Alle kleuren tussen de 400 en de 700 nanometer doen dus in meer of mindere mate mee bij de fotosynthese.

PAR licht wordt gemeten in µmol/s, ofwel micromol per seconde. Het gaat hier om de hoeveelheid fotonen (licht deeltjes energie) die per seconde op een blad vallen. Wanneer een lamp dicht op de plant hangt zal dit niveau hoger zijn dan wanneer de lamp verder van de plant afstaat omdat dan de energie pakketjes (fotonen) over een groter oppervlak verdeeld worden.

Here comes the sun.

En om de lichtintensiteit van lampen echt in perspectief te krijgen is het natuurlijk het beste om deze te vergelijken met wat planten van nature krijgen: zonlicht. Op zich geeft de zon een overdosis licht dus we moeten niet denken dat een plant meer doet op een dag dat die vol in de zon staat ten opzichte van een dag dat het bewolkt is. Sterker nog, de meeste planten zullen juist veel minder goed groeien wanneer ze een overdosis aan zonlicht krijgen.

De lichtbehoefte van een plant kan worden beschreven als curve waarbij de fotosynthese als functie van de lichtintensiteit wordt weergegeven (ja, en u vroeger maar denken dat wiskunde geen nut heeft). Aan het begin is de curve heel erg steil, bijna verticaal. Dat komt omdat een toename van de lichtintensiteit een meer dan evenredige toename in fotosynthese tot gevolg heeft. Op een bepaald moment begint de curve echter af te vlakken omdat de toename van de lichtintsiteit voor steeds minder toenname in fotosynthese zorgt. Uiteindelijk loopt zal de curve horizontaal gaan lopen en zelfs naar beneden omdat een verdere toename van de lichtintesiteit tot schade bij de plant leidt en dus ook voor minder fotosynthese.

Na dit hele verhaal zult u zich wellicht afvragen wat dan de optimale lichtintensiteit is voor een plant (de mensen die wel hebben opgelet bij wiskunde weten het antwoord al); op het punt dat een toename van de lichtintesiteit eenzelfde toename in fotosynthese tot gevolg heeft want na dat punt zal de toename van de lichtintensiteit voor een minder evenredige toename in fotosynthese zorgen en dat is zonde van het licht. Het licht wat dan op het blad valt zal niet allemaal voor de fotosynthese gebruikt worden maar zal worden omgezet in warmte. Nu zal u zich waarschijnlijk verder afvragen bij hoeveel µmol/s (micromol per seconde) PAR licht dit optimale punt zich bevindt. Nou, dat is voor ieder planten ras weer verschillend en hangt af van wat ze van nature gewend zijn. Een orchidee die als epifyt in de bomen onder het bladerdak groeit zal geen volle zon krijgen en is dus gewend aan wat minder licht dan bijvoorbeeld edelweiss dat gewend is om op grote hoogte in de volle zon te staan. Edelweiss heeft dus een behoefte aan een hele hoge lichtintensiteit om optimaal te groeien, vandaar dat de edelweiss die je op zeehoogte (in Nederland dus) laat groeien er nogal flets uitziet (lang en grijs en niet erg wollig) ten opzichte van wanneer die hoog in de Alpen groeit. Dit wordt op zich niet alleen veroorzaakt door de lichtintesiteit maar ook door de hoge mate van UVA die de vorming van witte haartjes stimuleert waarmee de edelweiss zich beschermt tegen de muterende effecten van UVA. Wanneer bepaalde kleuren bij bepaalde planten bepaalde effecten hebben spreken we over licht als stuurlicht, waarover meer op de technologie pagina van onze webpage.